De bewoners in de buurt van de Cargill-fabriek in Gouda kunnen binnenkort opgelucht ademhalen, aangezien de fabriek verplicht is om de geuruitstoot te verminderen. Dit komt door de aanscherping van de vergunning van de fabriek door de Omgevingsdienst Rijnmond (DCMR).
Het was al lang een streven van de gemeente Gouda om de geurvoorschriften aan te scherpen en om extra aandacht te vragen voor de uitstoot van de Cargill-fabriek. Dit doel wordt nu verwezenlijkt met de nieuwe vergunning.
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda benadrukt dat de aangescherpte vergunning meer waarborgen biedt voor de omgeving. De gemeente heeft de milieudienst Rijnmond gevraagd om actie te ondernemen, die uiteindelijk heeft geleid tot de publicatie van de strengere vergunning.
De fabriek heeft tot 2026 de tijd om de geuroverlast te minimaliseren. Cargill krijgt de gelegenheid om passende maatregelen te vinden en onderzoek te doen naar hun effectiviteit. De omgevingsdienst heeft vastgesteld dat de daadwerkelijke uitstoot van de fabriek verwaarloosbaar is, na metingen bij de gasmotor.
In eerdere metingen was benzeen aangetroffen bij de fabriek, wat later bleek te komen door een calculatiefout in het systeem. De milieudienst bevestigt echter dat benzeen onder de wettelijke limiet zit en dus verwaarloosbaar is.